woensdag 24 februari 2010

The good, the bad...

Mensen kunnen alles van me krijgen, nou ja.... bijna alles. Ik wil ook veel voor anderen doen. Maar je moet het wel netjes vragen. En dus niet ongevraagd dingen van me afnemen...

Vandaag kwam ik (na hooguit één uurtje op het sportpark) bij mijn auto die ik, zoals het hoort, op de parkeerplaats had gezet (voorheen zette ik hem altijd voor de kantine, dan hoefde ik niet zo ver te lopen). Ik kijk nog eens goed en ja hoor... antenne weg. Keurig netjes van mijn dak geschroefd, dus niet afgebroken. Iemand had er schijnbaar belang bij.

Wat is dat toch? Kunnen ze nou niet gewon van andermans spullen afblijven? Is het zo moeilijk? Gewoon je handen in je zakken houden en doorlopen. Geldt trouwens ook voor vandalisme... En het gekke van alles is, dat degene die het overkomt het niet in zijn hoofd haalt om aan andermans spullen te zitten. Echt een kwestie van goed en kwaad laten we maar zeggen. Maar zou de kwade bij de kwade schade aanrichten, dan is het hek natuurlijk van de dam. Dan is het oog om oog, tand om tand. Hard tegen hard.

Maar goed, de goeden doen dus niks. Aangifte doen is in dit geval totaal niet effectief en om nou van een ander Opeltje een antenne af te schroeven, dat gaat mij dan weer net te ver. Dus ik doe niets. Ja... van de week in de winkel even een nieuwe antenne kopen.

zaterdag 20 februari 2010

Oorlogswinter

Ik heb net de film Oorlogswinter gezien.
Samen met moeders, zus, Ilona en Leon.
Zitten best wel enge stukjes in, dus wel handig dat
zus mee was, kon ze een beetje op de kids letten.

De volwassenen onder ons hebben allemaal het boek gelezen.
Voor ons ook leuk om te zien wat er van gemaakt is.
Ik moet zeggen, het was een mooie film.
Denk voor de kinderen toch nog iets te moeilijk.
De volwassenen waren stukken uit het boek kwijt,
maar we hebben ze weer gevonden.

Tijdens de film, kwam het over een oorlogsverhaal van me oma.
Oma vertelde wel eens over de oorlog. Maar deze kenden we nog niet.

Me opa sprak nooit over de oorlog.
Hij had teveel meegemaakt in die tijd en hij wilde zijn kinderen en
kleinkinderen er niet mee lastig vallen.

Oma wel, als we in Den Haag logeerden, kwamen de verhalen voor het slapen gaan.
Wij kennen bijvoorbeeld het verhaal dat oma met haar broer hout ging sprokkelen
en dan een bosje hout voor een dubbeltje ging verkopen, of ze gingen die bosjes ruilen voor eten.
Ze kon vertellen alsof de oorlog niet zo erg moet zijn geweest.
Wij vonden het wel spannend om te horen.
Het waren natuurlijk verhaaltjes voor kinderen.

Vanavond viel onze mond open. Iedereen kent het verhaal van
vrouwen die het aanpapte met Duitse soldaten. Aan het einde van
de oorlog, werden van deze vrouwen hun hoofd kaal geschoren, zodat
iedereen wist dat zij het met een Duitser had gedaan.
Zo ook een vage kennis van me oma. Zij vroeg aan een Duitse soldaat of
hij kon zwemmen, nee dat kon hij niet. Toch ging ze naar een plek toe
waar ze gingen zwemmen en zo heeft ze 5 soldaten verzopen.

Wij kenden dit verhaal niet en waren er best even stil van.
Dat oma iemand kende die dat had gedaan.
Gelijk kwam dit blogje in me hoofd.

Wij kunnen ons niet voorstellen wat er allemaal in de oorlog gebeurd is.
Maar door de film Oorlogswinter, zie je dat het echt zo ging.
Je deed van alles om te overleven. Oorlogswinter geeft de realiteit van toen
goed weer.

Voor Ilona en Leon is het best goed om te zien hoe het 65 jaar geleden
er aan toe ging.
Bij ons is het met de paplepel ingegoten waarom we
op Dodenherdenking (4 mei) 2 minuten stil moeten zijn.
Je moest het niet wagen om maar iets te zeggen.
We durfden bijna geen adem te halen.

Ilona en Leon zijn ook stil als het Dodenherdenking is.
Door de film weten ze een beetje meer waarom.
Ondanks dat de film best spannend was voor hun,
denk ik wel dat ze een wijze les hebben geleerd.

Nu maar hopen dat ze er geen nachtmerries van krijgen

maandag 15 februari 2010

Daar ging ik

Al 2 maanden zitten we in de troep wat sneeuw heet.
Ook heb ik al een keer gemopperd over dat het nu wel
genoeg mag zijn.

Nog steeds blijf ik bij me standpunt, maar nu ben ik het helemaal zat.
Het is leuk dat kinderen en volwassenen kunnen schaatsen, maar schaatsen
hoor je op vijvertjes te doen, niet op de weg.

2 maanden geleden, het was 17 december, ik was net herstellende van me rug
en ging richting werk, heel voorzichtig, stel je voor je valt.
Dit gaat dus al 2 maanden goed, ik ben nog steeds voorzichtig.
Zo ook als vandaag. Ik voorzichtig naar het werk op de fiets.

Ik rij op een rechte weg en BOEM, daar lag ik, gleed nog een meter door.
Op me rechterzij gleed ik door met me stuur in me rechter knie.
K*T en en nog een woord dacht ik. Terwijl ik nog geen 10 seconden lig,
gaat er van alles door me heen. Wat nu, ga ik naar huis, dit was geen optie,
moest weer langs dezelfde plek waar ik gevallen was.
Naar me ouders, was vlak bij hun huis, maar wat
moet je daar. Dus toch naar het werk. Ik daar aangekomen en even intern gebeld,
dat ik even iets later naar me afdeling kwam, want ik was op me plaat gegaan en
zag er niet uit, was net Yeti (verschrikkelijk sneeuwvrouw).
De hele dag gewerkt, met een zere rechter kant en een dikke blauwe rechter knie.
Nu lekker warm in bed met een paracetamolletje, want wil morgen wel weer me bed
uit komen.

Ben ik al 2 maanden zo voorzichtig, fiets ik op asfaltwegen omdat daar over het algemeen
gestrooid wordt en vaak veel auto's rijden dus meer kans dat die wegen goed zijn.
Nu hebben we nog steeds een strooi probleem. En volgens mij rijden er bijna geen
auto's meer. Want daar lag ik.

Morgen maar een alternatieve route nemen naar me werk.
Nu maar waar bussen rijden, het wordt even 10 minuten om fietsen.
Ik heb het er voor over.

Honger

Mijn oma zei vroeger: Je weet niet wat honger is.

En dat is waar, wij weten niet wat honger is. Mensen die twee weken onder de puinhopen in Haïti hebben gelegen... ik denk dat zij wel weten wat honger is. Mijn oma refereerde natuurlijk aan de oorlog. Wij kennen de verhalen van het hout sprokkelen en de ruilhandel van hout tegen brood wel.

Vanmorgen mocht ik weer bloedprikken. De tussentijdse meting. Voor mij was een jongetje van zes aan de beurt die voor het prikken nuchter moest zijn. Gewapend met een doos koekjes zat hij bij oma op schoot zijn beurt af te wachten. Ze moesten allebei. De knaap was uiteindelijk aan de beurt en gaf geen kik. De meeste kinderen beginnen bij voorbaat al een keel op te zetten, maar deze onderging het allemaal "gewoon". Bikkel! Na het prikken ging gelijk de doos koekjes open!

Gelukkig hoefde ik dit keer niet nuchter te zijn. Ik heb daar zo'n hekel aan! Als ik 'smorgens wakker wordt gaan eerst de sluizen open en daarna moet dat afgevoerde vocht direct met koffie aangevuld worden. Natuurlijk (nog) in combinatie met een shaggie. Dat zijn nou eenmaal mijn eerste levensbehoeften. Dus als ik die 'smorgens niet krijg dan gaat het opstarten een stuk onaangenamer. Het niet mogen eten vind ik dan nog niet eens zo erg. Maar uiteindelijk komt toch het moment dat we onze maag gaan voelen en horen. Dus daar moet wat in. En vaak hebben we ook nog wel iets voor handen om aan dat verzoek te voldoen. Maar voor iemand die steevast 'smorgens zijn ontbijtje krijgt om een uurtje of half acht, zoals bovengenoemde bikkel, kan het "hongergevoel" dus al veel eerder toeslaan en erg vervelend en zelfs pijnlijk zijn.

Maar goed, we kunnen (gelukkig) dit nare, soms met geluid gepaard gaande, gevoel stillen. En wij kennen dus inderdaad geen honger. Potverdorie, wat hebben we het toch goed!

woensdag 10 februari 2010

Is het nu nog niet genoeg

Ik ben het zat.
Volgens mij ben ik niet de enige Nederlander die deze mening heeft.

Word ik vanochtend wakker, kijk uit me raam en
wat zie ik, weer een witte laag over de straat.
Nee, denk ik gelijk, moet dit nu alweer?
Het was net een dag goed weg.

Weer staat heel Nederland op zijn kop.
Eerst hoor je op het nieuws dat er weer lange files staan
en dat de file stroken door het weer niet open kunnen, dus
het blijft een drama.
Nog geen 5 minuten later hoor je dat er zoveel ton zeezout is
opgehaald om te strooien, vrachtwagens vol staan te wachten
om dit weg te brengen.

Nu vraag ik me af, waar is het zout gebleven.
Als ze vanochtend al stonden in te laden.
Ik weet dat tussen Rotterdam en Veendam een uurtje of 3 zit.
Laat staan met dit weer iets meer.

Maar de wegen zijn hier bar en boos.
Ik vanmiddag op tijd richting werk.
Moest om 1 uur beginnen.
Eerst maar even me stoepje schoon gemaakt.
Gelijk even die van de buren meegenomen.
Ik op de fiets weg, door een witte laag.
Om 9 uur was ik vrij.
Weer moest ik door een witte laag naar huis.
Nog een alternatieve route genomen, omdat daar
meer auto's rijden, dus kan ik makkelijker fietsen.
Helaas, dit was ook niet te doen.
Zelfs me straatje, die zo mooi schoon was, toen ik weg
ging, was weer wit.

Het is nu bijna 11 uur en het is opgehouden met sneeuwen.
Maar ik heb nog geen pekelwagen gezien door de straat.

Het hoeft toch niet zolang te duren voordat het zout
moet zijn, waar het moet zijn.
En hadden ze allang kunnen strooien.
Zullen ze wel doen, als het niet meer nodig is.

zondag 7 februari 2010

supporter

de meeste mensen die mij kennen weten dat ik graag sport mag volgen.
Zelf doen is wat anders.

Ik heb al menig voetbal wedstrijden live op de tribune mogen
mee maken. Als Feyenoord fan ben ik in de ArenA geweest, ben er niet trots op, maar
het is een once in a life time moment, dus die moet je pakken.

Ook kom ik wel eens in de Martini Plaza, waar gebasketbald wordt.
Zo ook vanavond, toen ik daar zat kwam deze blog te boven.

Mijn beste vriendin is een spelersvrouw.
Ik ging vaak mee naar Cambuur Leeuwarden waar haar vriend speelde.
Uit wedstrijden ging ik ook wel eens mee. Natuurlijk naar de Langeleegte in Veendam.
Maar ook bij FC Emmen en Go Ahead Eagles.

Nu speelt hij in Veendam en ga ik natuurlijk af en toe ook kijken.
Het gaat financieel slecht met BV Veendam.
Weinig supporters en geen sponsoren.
Elke maand is het weer spannend of er nog wel gevoetbald wordt.

Ik denk dat er zo'n 8000 mensen in het stadion kunnen van BV Veendam.
Ze mogen blij zijn als er 2300 mensen zitten. En de sfeer is ver te zoeken.
De derby tegen Cambuur trok 4500 mensen, wat dan veel is, waarvan er ongeveer 300 supporters van Cambuur, deze hoorde je boven de Veendam supporters uit.

Hier gaat iets goed fout. Toen ik nog naar Cambuur ging, als supporter van Cambuur,
ging het een tijdje ook niet zo goed met deze club.
Maar in slechte tijden waren er zelfs 4000 toeschouwers en feest was het.
Geschreeuw, achter je club staan, een geweldige sfeer.
Zelfs toen ze in de beker tegen AZ moesten en wonnen, je wilt niet weten
wat een adrealine er door je lichaam gaat.

Zoals ik al zei, vandaag zat ik bij Donar, het heet tegenwoordig Gasterra Flames, maar
de meeste mensen denken bij basketbal Groningen aan Donar.
Het was een spannende wedstrijd. Helaas heeft Donar verloren,
maar wat een sfeer. Geweldig, 3000 man die achter dezelfde club staat.
Iedereen juicht, klapt, schreeuwt en is chagrijnig als je in de laatste minuut
zit en weet dat je niet meer kan winnen. Alle emoties maak je mee en iedereen maakt
dezelfde emoties mee. Het is één geheel. Heerlijk om te horen en te zien.

Terug bij BV Veendam, je mist daar sfeer, er is geen sfeer.
Je durft bijna niet te klappen als de spelers het veld op komen lopen,
want je bent één van de weinige mensen die klapt.

Ik weet dat het anders kan, laten de hoge heren van BV Veendam
eens een wedstrijd mee maken in een Cambuur stadion, of dichterbij huis, bij Donar.
Als je toch bij voetbal wilt houden is een wedstrijd van FC Groningen ook een optie.
Misschien kunnen ze er wat van leren hoe je mensen naar
het stadion krijgt.

Er moet namelijk snel iets gebeuren bij BV Veendam want anders maken we
het einde van het seizoen niet mee. Ik snap niet hoe ze zo in de schulden kunnen
zitten, heeft toch met het bestuur te maken, iemand doet iets niet goed.
Als je geen supporters hebt, kan je ook geen dure spelers kopen.

Het is gewoon jammer om te zien, dat als we een half uurtje in de auto zitten
we een super wedstrijd mee maken bij gezonde clubs zoals FC Groningen en Gasterra Flames.

Voor de spelers van Veendam is het een onzekere tijd. Ze spelen nu onder druk.
Dat verdienen de spelers niet. Zij kunnen hier niks aan doen.
Maar het houdt niet op bij alleen de spelers. Denk eens aan de mensen van de administratie, beveiliging, catering, etc, zij zitten misschien straks ook zonder werk.

Ik hoop dat het lukt om van Veendam weer een gezonde club te maken.
Niet alleen voor de spelers, maar ook voor de rest van de medewerkers en
voor de supporters. Anders mis ik me avondje uit op vrijdag.
Want na een werkweek is het toch een avondje van ontspanning.
Zal de derde helft dan missen......

zaterdag 6 februari 2010

Onbewust asocialer

Vanavond heb ik mijn wederhelft meegenomen naar een restaurant in het centrum van Veendam. De afgelopen dagen waren weer hectisch qua werk. Gelukkig staat Iekje me bij met het oplezen van teksten en kijkt ze ondertussen of ik geen typefouten maak. En gelukkig komt er zo nu en dan ook een creatief voorstel uit haar mond, een ware inspiratie-bron! Dus veel privé-tijd samen buiten het kantoor zit er momenteel niet in en dit etentje hadden we wel even verdiend!
Voor we weggaan zegt ze nog: "Ik neem mijn mobiel niet mee hoor". En ik zeg nog: "De mijne ligt ook nog boven, lekker rustig".
We gaan rond een uur of zes eten. Etenstijd hier bij de "boeren" in het Noorden. Uit eten doe je normaal gesproken ook iets later, maar we hadden al best wel trek. Risico is dus dat je inderdaad tussen de "boeren" zit.
Boeren klinkt wat negatief en de omschrijving misschien nog meer. Ik denk dat ik me daar dan ook maar niet aan waag. Hou het maar op de iets simpelere zielen.
Maar goed, we zitten dus in het restaurant. Het is er stil. Slechts vier stellen zitten te eten. Voorin het restaurant een vrij jong stel, achterin het restaurant ook. Een iets ouder stel en wij zitten halverwege, tussen de beide andere stellen in. We zitten goed en wel, als we voor in het restaurant de duidelijke sms-toon van een Nokia door het restaurant horen schallen. Tuurlijk, kan altijd... Maar als dan binnen het volgende kwartier dat irritante ding nog drie keer gaat, wordt het ietwat vervelend. Aan de andere kant van het etablissement zit het andere jonge stel. De jongen heeft een stem als een misthoorn en dat wat hij zegt kan letterlijk door iedereen gevolgd worden. Plots gaat zijn mobiel (wéér zo'n standaard Nokia-toon. Niemand er aan gedacht dat je ook iets anders kunt instellen?) "Ja... Nee... Ik bel je met 20 minuten even terug... Dan haal ik je even op... " Het gesprek duurt amper een halve minuut en achter me (voorin het restaurant dus) hoor ik commentaar op het telefoontje van achterin de zaak...

Wij gaan volgende keer om een uurtje of zeven...

donderdag 4 februari 2010

het sterke geslacht

Het sterke geslacht. Hebben het nu over mannen of vrouwen?
In de oertijd waren dit de mannen. Ze vochten om hun volk, vrouw en kinderen
te beschermen. Ze moesten op beesten jagen om te overleven.
Mannen zijn daarom meestal wel groter en krachtiger dan een vrouw.
In veel geloven stelt een vrouw niet zoveel voor. Ze hebben maar 1 recht,
en dat is het aanrecht.

We beginnen al met het geloof. Een meisje krijgen is in sommige
culturen een schande. Mannen mogen dan ook meerdere vrouwen
hebben, tot 1 van die vrouwen hem een zoon geeft. Want mannen,
dat is het sterke geslacht.
Maar de man bepaald het geslacht. Dus doet die man toch iets
fout als het een meisje wordt.

Maar dan is de vrouw zwanger. Ze moet een kind baren.
Ik denk dat mannen niet tegen deze pijn kunnen.

Want als ze ziek zijn, verkoudheidje, dan vergaat de wereld al.
Zo ook me neefje Leon. Hij wordt al een echte man.
Hij is nu 9 en vandaag was meneer niet zo lekker.
Iedereen moest weten hoe zielig meneer was.
Hij praat, net zoals de meeste zieke mannen, met zo'n zacht stemmetje..
Hoor je mij zielig doen, help mij. Maar als de Wii aangaat, dan valt het allemaal
wel mee. De Wii gaat uit en meneer is weer zielig.

Gelukkig is hij nog niet volwassen.
Een volwassen man is nog erger.
Die moet je de hele dag achter zijn kont aan lopen als meneer ziek is.
Wil je een broodje, wil je een kopje thee. De hele dag loop je heen en
weer om het meneer aangenaam te maken, zodat hij snel beter is.
Wij vrouwen doen dit dan ook maar, want dan is hij sneller beter en
kan hij weer naar zijn werk.

Ze zijn weer beter en dan moeten ze naar voetbal.
Een echte stoere mannen sport. Ze staan op zaterdag
een wedstrijdje te spelen en krijgen een klein tikkie.
Meneer valt, geeft een oerkreet en blijft liggen.
Er moet een arts bij komen die wonder water op hun been gooit
en ze kunnen op eens weer lopen.

Nu de vrouwen, wij gaan gewoon door.
We gaan werken, brengen de kinderen naar school,
doen het huishouden, boodschappen moet gedaan worden,
kinderen weer ophalen, eten maken, kinderen op bed brengen.
Maar we gaan niet zielig op bed liggen wachten
tot er een kopje thee wordt gebracht. Want die komt er echt niet.
Wij vrouwen hebben gewoon geen tijd om ziek te zijn.

De vrouwen die voetballen en een tikkie krijgen, ze
vallen, staan op, voetballen verder en onthouden wie dat
tikkie heeft gegeven, want deze krijgt hem geheid terug.

Dus zo zwak is een vrouw niet.
Ik denk dat zo 2010 de vrouw gelijk staat aan de man.
Al moet ik wel zeggen, mannen zijn dus groter en sterker en
veel handiger. Laatst met me lekkage in de schuur heb ik toch
een man nodig om dit te laten maken.

Het was gewoon heerlijk om te zien hoe een jongetje van 9
zich aan kan stellen als een echte man.

Je ziet maar mannen en vrouwen zijn gelijk aan elkaar.
Een vrouw heeft soms een man nodig en de man soms een vrouw.

dinsdag 2 februari 2010

mooiste stukje natuur van de Gemeente Veendam


Achter de pc van me zus zit ik even een blogje te tikken.
Moest op 4 koters passen. Best zwaar, maar ze liggen alle 4
op bed en de rust is terug gekeerd. Tijd voor een blog.

Zit ik in me vorige blog te vertellen dat ik in het mooiste stukje
natuur van de gemeente Veendam woon. Wildervank.
Even hier op terug komen.

We hebben het hier over het Gooi van Wildervank.
Langebosch wordt het genoemd. Alle huizen staan aan het water.
Heb je geen boot, dan hoor je er niet bij.
Je kent de kreet wel, liever verwendt, dan verwaardeloosd.
Zo ook bij ons. Om eerlijk te zijn, ik woon niet in het Gooi,
de Langebosche dijk, zoals ze dat noemen is de grens tussen
mijn straat en het Gooi.

Ik moet wel zeggen, het is er nooit saai.
Er heeft een schuur in de fik gestaan.
Schuin tegenover mijn huis. Met een huis of 5 er tussen.
Flinke explosies heeft het nog gegeven, stond een motor en een
gasfles in die schuur. Maar het ging goed. De tegenover buren hadden
wat water schade en alleen de schuur was weg. Gelukkig geen gewonden.

Ook heeft er een Ford in de fik gestaan, 2 huizen naast de mijne.
Gelukkig was ik met mijn auto weg. Dus nergens last van gehad.
De overbuurman wilde zijn auto van binnen drogen. Wat ik hoorde met
een verfbrander, dit ging niet goed.

Nog geen 2 weken later, weer een Ford in de fik, om de hoek van mijn straat.
Leek verdacht. Maar daarna was het stil.

Over stil gesproken.
De stille tocht voor mijn lieve collega begon ook bij mij in de straat.
Zij woonde weer 5 huizen van mij vandaan.
Wat normaal een stille straat is, veranderde in een paar dagen.
Ik was die dagen thuis, vanwege mijn rug, dus heb het gezien.
Mensen die wilde weten waar de tocht begon. Ramptoerisme, pers.
Het kwam allemaal door onze straat.

Nu is het winter in het Gooi.
De bootjes zijn weg en we hebben ijs op het water liggen.
Echte schaats banen zijn er gemaakt.
De buurtbewoners zijn hier erg druk mee geweest.
's Avonds gingen de bouwlampen aan, de kinderen lekker
aan het schaatsen, warme chocolade melk werd voor ze gemaakt.
En de ouders die stonden op een steiger bij een vuurkorf met
een gluweintje in hun handen. Het gaf zo'n gezellig gezicht. Gewoon genieten.

Maar van het weekend hebben we het toppunt meegemaakt.
Wat leuke dingen. Niet voor de mensen die het mee maakte,
maar wel een grappig verhaaltje. De brandweer, ambulance en
poliltie zijn 2x in 14 uur uitgerukt.

De eerste keer was zaterdag middag, een man ging zijn hondje uitlaten.
Hij en het hondje zakte door het ijs. Ze hebben beide er een nat pak aan
over gehouden en de schrik. Maar verder niks.
Wat moet je ook op het ijs, het was niet vertrouwd.

Zondag ochtend rond een uur of 6. Weer allemaal sirenes door de wijk.
Nu was er een dronken droppie die op het ijs lag. Meneer wilde er niet meer vanaf.
Omstanders (wat moet je om 6 uur 's ochtends buiten)
kregen hem er ook niet af dus is 112 gebeld.

Zo terug kijkend, woon ik wel op het mooiste stukje van Veendam maar ook
een stukje waar het nooit saai is.
Ik ga er voorlopig niet meer weg. Ik vermaak me er wel.

maandag 1 februari 2010

De blogger in mij

Vandaag mocht ik me vroeg in de ochtend weer begeven richting het medische dorp van onze provincie: Het UMCG. Dit keer de auto neergezet in P-Noord. Dichter bij de afdeling waar ik moet zijn (hoezo lui?). Je loopt vanaf je parkeerplekkie de trap op naar boven (jaja), naar de ingang van het UMCG. En dan begint het bij mij in mijn hoofd... Ik zie van alles gebeuren en denk: Dat kan vanavond mooi in mijn blog. Maar veel verder dan "losse flodders" komt het niet. Ook nu ik achter het toetsenbord zit, komt het niet tot één geheel, terwijl ik daar anders niet zo veel moeite mee heb.
Dan maar losse flodders...

We komen dus uit de parkeergarage en wandelend naar de ingang komen we voorbij een oudere man, liggend op een brancard, met het slangetje van de beademing uit zijn mond stekend. D'r zit alleen niets aan het slangetje en zo naar de man kijkend kon je je afvragen of dat ook nog wel zin had. Maar het feit dat hij niet was afgedekt en via een laadklep met brancard en al een soort ambulance werd ingereden, deed ons toch weer anders vermoeden... De geheimzinnigheid en onwetendheid leidt ons tot aannames. En dat is gevaarlijk, want het gaat 99% van de tijd voorbij aan de werkelijkheid. We DENKEN dat we van alles weten, maar we weten het pas, als we er naar vragen. En dat doen we dan weer niet. Dus we blijven gissen.
Want onze nieuwsgierigheid wordt in een ziekenhuis flink getriggerd. Continue vragen we ons af wat iemand heeft, waar hij/zij voor komt, waar de persoon vandaan komt (want mensen komen zelfs uit Limburg naar het UMCG), enzovoorts. Maar je vraagt het niet, want dat is een stukje privacy...

Wij moesten ongeveer twee uur wachten tussen het bloedprikken en de afspraak. Dan maar even koffiedrinken in het bistrootje in het midden van het UMCG. Daar zittend zie je allerlei mensen voorbij komen. Een gezin met moeder, vader en kind (das ook weer een aanname, het kan ook moeder, kind en kennis zijn). De dame en het kind gaan op het randje van de fontein zitten en tegelijkertijd vraag je je af voor wie ze hier zijn. Kijkend naar de man en de manier waarop hij handelt, denk je dat hij het zou kunnen zijn. En je denkt: Als het maar niet iets ernstigs is met het kind...

Een andere losse flodder waar ik tegen aanliep, was de tegenstrijdigheid. Aan de ene kant dus de oude man open en bloot in de kou op een brancard. Aan de andere kant worden karretjes om en door het ziekenhuis gerold die goed afgesloten zijn. Alsof we niet mogen weten wat er in zit. en dat wekt weer nieuwsgierigheid... Het kan de post zijn, die afgedekt wordt omdat het nog steeds sneeuwt en regent en de ontvanger de post graag droog krijgt. Maar het kan net zo goed een donor-orgaan zijn. Zeg het maar...
Nog een tegenstrijdigheid is het roken. Na de koffie liepen we even naar buiten. Je moet in een glazen huisje gaan staan, ver van de ingang. Ik vind het niet erg om buiten te roken. Dan verwaait mijn rook en stink ik niet naar een nicotinefabriek zo vlak voor ik naar de arts moet. Wij blijven dus buiten het glazen huis staan. En hoewel de medische wereld ons via allerlei wegen wil laten stoppen, staan er verple(e)g(st)ers en artsen te roken. Soms zelfs uitgebreid pijp-rokend (moet je toch niet aan denken dat je dan in dat huisje staat...)

En zo lopen we uiteindelijk maar naar de afdeling. We gaan daar wel verder wachten. Boekje d'r bij... we vermaken ons wel. Na een poosje komt de arts naar ons toe lopen en schudt zijn hoofd. Heel even denk ik dat mijn waarden echt nog niet goed zijn. Maar hij bedoelt: Ik heb de waarden nog niet binnen. Nog even langer wachten. Pffff... was ik bijna in mijn eigen aanname getrapt.

Uiteindelijk mogen we naar binnen. Twee uur wachten op een bezoekje van hooguit vijf minuten. De uitslagen waren al wel beter, maar goed is het nog niet. Volgende maand weer een ochtendje UMCG...